|
Schrik van de boze geesten
De H. Jozef heeft een voor hem heel eigen, stille aard, beschermheer van de Kerk te zijn.
Eigenaardig is ook: Waar men zich hem toevertrouwd, vindt men een zeldzame, diepe geborgenheid. Hij was, is en blijft nu eenmaal vader. Kijk, Maria en Jozef, de grootste heiligen van de Hemel, ze zijn niet op de voorgrond getreden met grote openbare optredens, toespraken of wat dan ook. Stil en heilig hebben ze de verplichtingen van hun stand vervuld. Maria waste de luiers, stond aan het fornuis, voerde het huishouden. Jozef werkte zoals een dagloner als eenvoudige timmerman, om het levensonderhoud voor zijn familie te verdienen. Hij werd met het eenvoudige werk groot. En toch staat hij nu in de Hemel veel hoger dan elke paus. – Met zijn stilte, bescheidenheid en deemoed, met zijn nog steeds miskend-zijn is hij tot beschermheer van de Kerk, tot schrik van de boze geesten geworden.
In exorcismen heb ik zelf ervaren wat het betekent: „H. Jozef, Jij schrik van de boze geesten ...“ – Hij is werkelijk de schrik van de boze geesten!
|